
Going concern vs liquidatiewaarde: verschil en waardering
Bijgewerkt op: 5 dagen geleden
Kort antwoord
Going-concernwaarde veronderstelt dat de onderneming haar activiteiten voortzet en toekomstige kasstromen blijft genereren. Liquidatiewaarde kijkt juist naar de opbrengst van activa wanneer activiteiten worden beëindigd en verplichtingen worden afgewikkeld. Lees meer over bedrijfswaardering
Onder financiële druk kan dezelfde onderneming zeer verschillende waarden hebben afhankelijk van continuïteit, herstelpotentieel en een mogelijke gedwongen verkoop. Het onderscheid bepaalt de economische speelruimte.
Deze verdieping maakt deel uit van de complete gids over herstructurering van een bedrijf.

Wat is going-concern waarde?
Going-concern waarde veronderstelt dat de onderneming haar activiteiten voortzet. De waarde komt dan primair uit toekomstige verdiencapaciteit en vrije kasstromen, gecorrigeerd voor risico en benodigde herstelmaatregelen.
Methoden als DCF en EBITDA-multiples kunnen daarbij relevant zijn, maar aannames moeten expliciet rekening houden met distress en herstelkosten.
Wat is liquidatiewaarde?
Liquidatiewaarde kijkt naar wat activa naar verwachting opleveren bij afzonderlijke verkoop, minus verkoopkosten, verplichtingen en tijdsdruk. Boekwaarde is daarbij zelden automatisch gelijk aan realiseerbare opbrengst.
Voorraad kan bijvoorbeeld een boekwaarde van €1,0 miljoen hebben, maar bij snelle verkoop netto slechts €0,6 miljoen opleveren. Specialistische machines kunnen juist meer of minder waard zijn afhankelijk van kopersmarkt en demontagekosten.
Waarom het verschil strategisch belangrijk is
Wanneer de going-concern waarde aantoonbaar hoger is dan de netto liquidatiewaarde, bestaat economisch ruimte om herstel, bridgefinanciering of een gecontroleerde verkoop te onderzoeken. Wanneer het omgekeerde geldt, moet management kritischer kijken naar extra funding.
Deze vergelijking is geen juridisch insolventieadvies; zij is een economische scenarioanalyse voor besluitvorming.
Maak een value bridge
Werk met drie scenario's: huidige going-concern case, herstelde going-concern case en liquidatie-/versnelde verkoopcase. Maak per scenario expliciet welke EBITDA, cashflow, herstelkosten, timing, financiering en transactiekosten zijn aangenomen.
Koppel waardering aan de herstructureringsbeslissing
De brede methodiek voor bedrijfswaardering blijft relevant, maar bij financiële druk moet elke waardering expliciet worden verbonden aan cashbehoefte, tijd en uitvoerbaarheid van het herstelplan.
De plek binnen het totale herstelplan
Gebruik deze analyse niet losstaand. De centrale pijler Herstructurering bedrijf verbindt financiële, operationele, commerciële en bestuurlijke maatregelen in één 30-60-90-dagen herstelprogramma.
Voor een gesprek over de financiële en operationele aanpak kunt u contact opnemen met Lighthouse.
Voor de vertaling van deze analyse naar een onderbouwde economische waarde sluit dit aan op bedrijfswaardering bij Lighthouse, waar DCF, multiples, risico en de bridge naar aandelenwaarde samenkomen.
Rekenvoorbeeld: going-concern waarde versus liquidatiewaarde
Onderstaand voorbeeld is illustratief en bedoeld als economische beslisanalyse, niet als juridisch insolventieadvies. Stel dat een onderneming onder druk drie mogelijke waardescenario’s heeft.
Scenario | Indicatieve ondernemingswaarde / opbrengst | Extra financiering of kosten |
|---|---|---|
Huidige going-concern case | €5,0 mln enterprise value | €0,3 mln tijdelijke liquiditeitsbehoefte |
Herstelde going-concern case | €7,0 mln enterprise value | €0,8 mln turnaround- en bridgefinanciering |
Versnelde verkoop / liquidatie | €2,2 mln netto realiseerbare activa-opbrengst | Na verkoopkortingen en afwikkelingskosten |
In dit voorbeeld kan herstel economisch waarde creëren wanneer de extra €0,8 miljoen funding, de benodigde tijd en de kans op succesvolle uitvoering opwegen tegen het verschil met de netto liquidatieopbrengst. De waarde voor aandeelhouders kan hiervan sterk afwijken door schuld, zekerheden en rangorde van schuldeisers.
Een bruikbare besluitformule is daarom: potentiële herstelde ondernemingswaarde minus noodzakelijke herstel- en bridgefinanciering, vergeleken met de netto opbrengst van een gecontroleerde of versnelde verkoop. Voeg altijd waarschijnlijkheid en tijd aan beide scenario’s toe.



Opmerkingen